Ja hoor, inmiddels ruim twee jaar onderweg (PhD-reis aan de OU), na meer dan achthonderd wetenschappelijke artikelen te hebben geanalyseerd en verschillende cases en interviews te hebben uitgevoerd, ben ik eruit…
Digitale transitieplannen zijn net luiers: ze zijn nuttig, je moet ze regelmatig vervangen, en meestal om precies dezelfde reden. 😊😊
Zonder gekheid: hoe mooi onze strategieplannen ook zijn ( zeg maar de BMC’s, de architectuurplaten, de IST–SOL-tekeningen).....de werkelijkheid doet zelden wat er op de muur van de projectruimte wordt geplakt en dan ineens de werkelijkheid moet gaan worden. En zodra de eerste barsten zichtbaar worden, schieten we in beheerskramp: extra maatregelen, nóg een model, nóg een aanpak, nóg een recept. En eerlijk… als de maandelijkse stuurgroeppresentatie er precies zo uitziet als wat je vooraf had bedacht, dan weet je dat er iets niet klopt. Niet omdat alles fantastisch loopt, maar omdat iedereen vooral zijn eigen agenda’s gladstrijkt om het plaatje kloppend te houden.
Zijn plannen dan niet handig? Jawel.. zeker nuttig. Maar vooral om vooraf nuance en gematigdheid in te brengen. Niemand kent namelijk het recept voor succes wanneer mensen, in groepen, met verschillende partijen in een complex ecosysteem ideeën bedenken en daar ineens een project van maken. Die plannen zijn zeer nuttig: ze geven taal, richting en betekenis. Ze vormen een startpunt, een uitnodiging om te beginnen, maar géén garantie dat het loopt zoals we vooraf hadden bedacht. Eigenlijk zouden we eerlijk moeten zeggen: digitale transformatie is vooral een mooi gezamenlijk verhaal waarvan we hopen dat het goedkomt.
Na dat plannen en brainstormen kijken we vervolgens naar het huidige IT-landschap. Natuurlijk willen we vernieuwen: het is verouderd, het piept en kraakt, en we verlangen naar iets dat past bij deze tijd. Maar zodra we moderniseren, begint het bekende circus: een stoet softwarepartijen die binnenmarcheert met hun gouden oplossingen: low-code’, ‘no-code’, ‘AI-gedreven’, ‘hyper-agile’, ‘platform-first’. En ja, er moeten keuzes worden gemaakt. Precies dáár begint de werkelijkheid terug te praten: water bij de wijn, een concessie hier, een aanpassing daar, iets schrappen, iets toevoegen en dan tóch weer een wijziging om ‘binnen de standaard’ te blijven. En voor je het weet sta je in een compleet nieuwe omgeving die alleen nog lijkt op wat ooit op papier stond..... uhhh als je je ogen half dichtknijpt zullen we maar zeggen :-)
Wat is dan het goede nieuws? We maken plannen, we gaan op reis, en als we ons best doen en volhouden, leren we onderweg meer dan we vooraf konden bedenken. Er ontstaat iets nieuws, iets dat niemand precies had voorzien.....en misschien is dát wel het hele punt. Er komt altijd iets anders voor in de plaats. Er is beweging, groei, leren.
Het zou al helpen als er in elke projectruimte één simpel A4’tje hing. Geen praatplaat, geen model, maar een papiertje dat ons herinnert aan wat we in de drukte vaak vergeten: dat niemand precies weet waar we aan beginnen; dat niemand zeker weet of het gaat werken, zelfs de professionals niet, want niemand kan expert zijn in een toekomst die nog moet ontstaan. Dat we gaan samenwerken met mensen die we nog niet kennen. En dat we elkaar als mens onvermijdelijk zullen tegenkomen in keuzes, ego’s, loslaten, meebewegen, teleurstellingen en alles wat daarbij hoort.
Maar dan....... omdat we niet de hele portemonnee aan een softwarepartij willen geven, besluiten we dat alles juridisch dicht moet. En om dat netjes te doen, formuleren we vooraf nóg meer deliverables, nóg dikkere plannen, nóg preciezere beschrijvingen van dingen die we eigenlijk nog niet kúnnen weten. De taal verstijft, de ruimte krimpt, en het project staat, ironisch genoeg, al bijna stil voordat iemand ook maar iets heeft gebouwd. Wat in wezen zou moeten beginnen als een speels, gezamenlijk experiment, alsof je met een groep kinderen in een zandbak staat, nieuwsgierig, onderzoekend, een beetje kliederend en kijkend wat werkt, verandert plotseling in een strak geregisseerde opdracht: ga maar leuk spelen in die hoek van de zandbak, met dit ene schepje, volgens deze instructie, en ik verwacht een zandkasteel dat er precies zó uitziet, binnen een week, met Pietje, Jantje en Klaasje. En o ja: er komen ook drie andere kinderen bij die je nog nooit hebt gezien, maar die wél moeten meedenken, want zij hebben ‘de oplossing’ om heel snel zandkastelen te bouwen. En dan zijn we verbaasd dat niemand nog plezier heeft, dat het kasteel scheef zakt, dat het niet lukt zoals we hadden bedacht.
Enfin: misschien klinkt het donker, maar literatuur én praktijk laten inmiddels glashelder zien dat we een shift in denken nodig hebben over dit soort samenwerken. Erkennen dat het anders gaat lopen, dat de complexiteit in dit soort miljoenen trajecten niet te managen is, en dat niet het zichtbare maar het onzichtbare veel bepaalt: de onderstroom, de driften, angsten, ego’s en verlangens die ons handelen sturen. En dan blijft de eenvoudigste les overeind: de weg vormt ons en niet het einddoel. Precies dát vergeten we te vaak in digitale transities.
Mijn bijdrage in dit soort complexe projecten? Ik kan geen verandertraject “managen”, maar ik kan wél meekijken, meedenken en helpen patronen zichtbaar te maken, zodat projectteams realistischer kunnen bewegen in plaats van harder. Als jullie daar iets aan hebben, bel me gerust: 06-15839113.