Niet zeker weten waar het licht is, maar wel blijven lopen totdat je het weer ziet

Over een paar ton schuld, slapeloze nachten en wat financiële druk met een mens doet.

Ik lees ondernemersverhalen. Bedrijf begonnen. Tegenslag gehad. Doorgegaan. Veel geleerd. Uiteindelijk succes.

Mooi.

Maar als je er middenin zit, weet je helemaal niet of het goedkomt.

Ik heb een periode gehad waarin er in en rond mijn onderneming een schuld zat van een paar ton. Meer dan twee ton zeker. Misschien zat het op het diepste punt zelfs richting vier. Ik weet het eerlijk gezegd niet eens meer precies.

Of misschien wil ik het niet meer precies weten.

Wat ik nog wél weet, is hoe het voelde.

Veel.

En vooral: van mij.

Het begon helemaal niet zo dramatisch

Het begon met enthousiasme. Zoals wel vaker bij mij.

Een goed idee. Energie. Een bedrijf. Een samenwerking. Een slim team van data scientists in Amsterdam. Technologie. We bouwden iets wat je achteraf misschien een vroege vorm van een AI-consultant of chatbot zou noemen.

Ik zag mogelijkheden. En als ik mogelijkheden zie, kan ik nogal hard gaan.

Dat is een kwaliteit. Maar enthousiasme is nog geen due diligence.

We investeerden. Fondsen. Leningen. Persoonlijk meetekenen. Geld in een product stoppen en ondertussen zoeken naar die eerste launching customer. Want daarna wordt geld ophalen ineens een stuk makkelijker.

Investeerders financieren liever groei dan jouw zoektocht naar een werkend businessmodel. Dus moet je eerst zelf aantonen dat het idee werkt, dat iemand ervoor wil betalen en dat er iets van schaal in zit.

En nee, ik ben in die periode opvallend weinig rijke mensen tegengekomen die zeiden:

“Weet je wat, Jos? Ga het maar gewoon proberen. Ik vertrouw je wel.”

Zo werkt het meestal niet.

Je hebt een goed product nodig. Een goed verhaal. De juiste vastlegging. Een pitchdeck waarin groei zit, schaalbaarheid, rendement en vooral een overtuigend verhaal over hoe er uiteindelijk veel geld verdiend gaat worden.

Ergens onderweg werd EBITDA bijna mijn mantra.

Niet bepaald het woord waarvan ik ooit had gedacht dat het tijdens mijn meditaties door mijn hoofd zou gaan. 😊

Ondertussen ontdekte ik ook dat samenwerken wanneer de wind mee staat iets anders is dan samenwerken wanneer het tegenzit.

Want pas als er te weinig geld is, worden de vragen echt concreet.

·Hoeveel heb jij privé nodig?

·Hoeveel ben je bereid in te leveren?

·Hoeveel tijd stop je nog in het bedrijf?

·Pak je daarnaast opdrachten aan voor jezelf?

·Wie draagt welk risico?

·En wat gebeurt er als de antwoorden daarop niet hetzelfde zijn?

Dat zijn geen leuke sessies meer.

Dan sta je om vijf uur op, ruimt problemen op, rijdt het halve land door en probeert ondertussen het volgende gat alweer dicht te lopen.

Dan wordt het soms gewoon een beetje nasty.

Op een gegeven moment gaat je wereld over geld

Mijn compagnon stapte uiteindelijk uit. Het werd min of meer: hij of ik. Hij wilde eruit. Waarschijnlijk was dat op dat moment de beste beslissing.

Er moest natuurlijk wel iets worden afgerekend (Badwill), al bleef ik uiteindelijk wel met het overgrote deel van de schuld achter.

En ja: heel verstandige mensen zeiden tegen mij dat ik de boel gewoon moest laten klappen.

Stop ermee. Afwikkelen. Verder. Maar dat wilde ik niet.

Ik had mede verantwoordelijkheid genomen voor de situatie en wilde hem dus ook proberen op te lossen.

Ik ging verder.

En ineens had ik vrijwel de hele onderneming én een paar ton schuld.

Dan verandert er iets. Je wereld wordt kleiner. Er moet geld binnenkomen.

Punt.

En daar leerde ik een versie van mezelf kennen die ik niet altijd even aantrekkelijk vond.

Ik werd scherper. Sneller. Ongeduldiger. Soms ook gladder. Een gesprek was niet alleen meer een gesprek. Er draaide ergens achter in mijn hoofd voortdurend een calculator mee.

·Kan hier een opdracht uitkomen?

·Wanneer wordt deze factuur betaald?

·Kan deze leverancier nog een week wachten?

·Investeer ik die laatste twintigduizend euro omdat dit misschien juist de doorbraak oplevert?

·Of houd ik hem vast omdat ik niet weet wat volgende maand brengt?

En soms waren de keuzes nog simpeler.

Betaal ik vandaag een leverancier?

Of betaal ik eerst mezelf, omdat we met het gezin op vakantie gaan en ik thuis niet wil vertellen dat het financieel eigenlijk helemaal niet zo lekker gaat?

Neem ik nóg een lening?

En zet ik daar dan weer privé mijn handtekening onder?

Hoofdelijk aansprakelijk.

Handtekening.

Enfin.

Nog iets om ’s nachts over na te denken.

Geld verandert je aandacht

Dat vind ik achteraf misschien wel het interessantste. Als geld het dominante probleem wordt, ga je de wereld ook door die bril bekijken. Mensen worden kansen.

Gesprekken worden mogelijke opdrachten.

Een probleem bij een klant wordt omzet.

Je wordt transactioneler.

En gek genoeg verandert daardoor ook de wereld om je heen.

Je komt meer mensen tegen die óók scherp zijn op rendement, percentages, deals en posities.

Daar is niets mis mee. Maar het ecosysteem waarin je verkeert wordt harder.

Wanneer er genoeg is, kunnen we heel lang praten over visie, vertrouwen, samenwerking en gezamenlijke ambities. Wanneer het geld opraakt, komen ineens andere vragen op tafel.

Wie betaalt?

Wie tekent?

Wie loopt het risico?

Wie krijgt welk deel?

Ik denk niet dat geld mensen slecht maakt. Maar schaarste maakt belangen wel ongelooflijk zichtbaar.

En toen gebeurde er iets vreemds

Ik bleek er namelijk ook heel goed in te zijn. Dat vind ik bijna ongemakkelijker om op te schrijven dan die schuld. Binnen ongeveer een jaar stond het bedrijf weer een stuk steviger. Twee jaar later kon ik zelfs een deel van mijn aandelen verkopen en iemand laten instappen.

Als ik dat nu opschrijf, vind ik nog steeds absurd hoe snel dat uiteindelijk ging. Onder echte druk kan ik blijkbaar extreem gefocust worden.

Ik zie mogelijkheden. Ik verbind mensen. Ik bel. Ik verkoop. Ik onderhandel. Ik pak iets nieuws op.

En ineens…onderweg kwamen er dingen op mijn pad die ik vooraf nooit had kunnen plannen. Een gesprek. Een klant. Een opdracht. Iemand die iemand kende. Een deur die ineens openging. Niet omdat het vanzelf ging. Ik werkte me een slag in de rondte.

Maar ik leerde wel iets over focus. Soms is tijdelijke obsessie functioneel.

Niet jarenlang. Dan raak je jezelf en waarschijnlijk ook een deel van je omgeving kwijt.

Maar een periode waarin bijna alles gericht is op één probleem?

Dat kan enorm krachtig zijn.

Wat ik nu tegen ondernemers zou zeggen

Niet: het komt altijd goed.

Dat weet niemand.

Ook niet: gewoon harder werken.

Soms maakt harder werken het probleem alleen maar groter.

Wel dit:

Zorg dat je weet hoeveel lucht je werkelijk hebt. Weet waar privé ophoudt en je onderneming begint.

Maar misschien nog belangrijker:

Leer herkennen wat financiële druk met jou doet en met je compagnon.

Word je besluitvaardiger of roekelozer? Word je scherper of ga je mensen alleen nog maar zien als middel om het volgende probleem op te lossen? Daar zit een grens die geen spreadsheet je laat zien. Ik heb in die periode trouwens ontzettend veel adviezen gekregen.

Andere ondernemers zeiden vaak: Doorgaan. Knallen. Oplossen. En anders laat je het maar klappen.

Managers en directeuren uit grotere organisaties zeiden juist: Waarom doe je jezelf dit aan? Stop ermee. Ga gewoon als zelfstandige werken (ZZPèr). Je kunt prima geld verdienen zonder al dat risico.

Beide adviezen waren logisch. Vanuit hún werkelijkheid.

En misschien is dat precies het probleem met advies. Een ondernemer kijkt vanuit het vliegtuig met de deur open. Iemand anders kijkt vanaf de grond en denkt: Waarom zou je daar in hemelsnaam uitspringen?

Op papier wist ik best wel iets over... Cashflow. Risico. Financiering. Governance. Samenwerken. Maar weten hoe iets echt WERKT is toch eerst ervaren. Sommige kennis krijg je pas wanneer je er middenin staat.

Afsluitend......

Het is inmiddels acht à negen jaar geleden. De schuld mis ik niet. De slapeloze nachten ook niet. Wel de energie van iets nieuws gaan starten.

Ik heb door die periode enorm veel gezien. Ontzettend veel mensen leren kennen. Bedrijven van binnen gezien. Deals gedaan. Fouten gemaakt. Mensen verkeerd ingeschat. Mezelf verkeerd ingeschat. Nu kan ik echt tegen iedereen zeggen bedankt voor de samenwerking.

En waarschijnlijk heb ik daar meer van geleerd dan van tien keurige jaren waarin alles precies volgens plan was verlopen. Ik ben er denk ik een betere professional door geworden.

En misschien is dat wel mijn belangrijkste les van toen:

Vertrouwen betekent niet dat je weet dat het goedkomt. Het betekent dat je blijft kijken naar waar je naartoe wilt, blijft bewegen en jezelf fit genoeg houdt om te kunnen handelen. Spreek uit waar je heen wilt, ook als je nog geen idee hebt hoe je daar moet komen. Blijf proberen. Word geen toeschouwer van je eigen probleem.

Juist als het misgaat, is bevriezen verleidelijk. In mijn moeilijkste periode ben ik méér dingen gaan proberen, niet minder. Veel daarvan werkten niet.

Een paar wel. En die paar bleken uiteindelijk zo succesvol dat ze problemen oplosten waarvan ik vooraf nooit had kunnen bedenken hóé ik ze ooit opgelost zou krijgen.

Tijdelijke obsessie kan dus enorm krachtig zijn.

Maar tijdelijk moet wel tijdelijk blijven.

Want terwijl jij rent, problemen oplost en probeert het licht weer te vinden, wachten er thuis ook mensen op je. Je gezin. Je vrienden. En ja, misschien gewoon je hond.

Uiteindelijk is dát ook onderdeel van verantwoordelijkheid nemen.

Niet zeker weten waar het licht is, maar wel blijven lopen — zonder uit het oog te verliezen voor wie je uiteindelijk weer naar huis wilt.